Carrière

Afgelopen week kwam Jan weer aan de deur om de halfjaarlijkse huur voor de wei te voldoen. Natuurlijk hebben we even een praatje gemaakt. Jan woont een eindje verderop en huurt al een paar jaar mijn wei. Dat is een prettige en constructieve samenwerking gebleken. Een wei bijhouden is best veel en intensief werk. Hobbelig gras maaien, distels verwijderen, sloten schoon houden, heggen scheren en nog meer van dat werk. En als je geen onderhoud pleegt staat binnen het jaar de hele wei vol met allerlei onguur onkruid en popelieren van ten minste één meter hoog. Jan zet er zijn schapen op en schapen eten van alles, dus ook popelieren. Een eerdere samenwerking met Boer Jaap, die koeienboer was, is helaas minder goed is verlopen. De koeien van Jaap aten weliswaar ook van alles, maar gingen op onderzoek uit en bleven niet, zoals het hoort, in de wei, maar liepen gezellig over straat en door mijn tuin. 


Het praatje ging, naast het wel en wee van zijn vrouw en kinderen, natuurlijk ook over de schapen en wat blijkt: ieder schaap heeft zo zijn eigen loopbaan. De carrière van zijn schapen duurt, vertelde Jan, zo ongeveer een jaar of zes à zeven. Niet ieder schaap is geschikt om een goede ram of ooi te zijn, zo zei Jan. Hij selecteert dieren op eigenschappen die nodig zijn voor een optimale productie, vlezigheid, gezondheid, bouw en melkgift. De ram selecteert hij vooral op productie van goede sperma. Zo verbetert hij voortdurend zijn schapenstapel. Hoe hij dat doet kwam niet aan de orde. De minder productieve rammen verkoopt hij aan een gespecialiseerde slachterij, een schapenhandelaar, of als slachtschaap aan een particuliere koper en dan wordt het schaap shoarma. 


Ook ooi zijn valt niet mee, een ooi moet toch weer ieder jaar zorgen voor gezond en sterke nagelslacht. Dit vergt natuurlijk heel andere eigenschappen, zoals: veel melk kunnen geven, zorgzaam zijn en streng voor het nageslacht. Uiteindelijk na een jaar of zes is het einde van ieder schaap, ram of ooi, de slachterij. Een droevig lot. “Maar zo gaat het nou eenmaal met schapen”, zei Jan.


Jan doet duidelijk aan schapenmanagement. Blijkbaar is het bij schapen ook: het juiste schaap op de juiste plek en moet het schaap voldoen aan de eisen van de moderne tijd en zich ook kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden, de versnelling, de automatisering en robotisering. 


Tjee, waar doet me dit allemaal aan denken!