De Denker

Vanuit de restanten van het ‘oude huis’ heb ik uit nostalgie twee deuren bewaard en er tafelbladen van gemaakt. Eén voor een tafel in de keuken en één om te dienen als salontafel. Ik heb ze op maat gemaakt en geschuurd en een paar keer in de olie gezet. Toen had ik twee prachtige bladen, maar nog geen poten. Eigenlijk wilde ik daarvoor de staanders van de ‘oude trap’ gebruiken, maar die blijft nog in werking tot in het nieuwe jaar. Omdat, helaas en jammer, de verbouwing wel bijna klaar is, maar er nog geen nieuwe trap en nieuwe deuren zijn! Ook de finale afwerking gebeurt pas in 2017.
 
Als ik daar op wilde wachten zou dat betekenen dat ik die twee tafeldeurbladen weer ergens, waar al zo veel is opgeslagen, zou moeten stallen. Soms hebben oude afgedankte tafels goede robuuste poten. Dus ben ik op zoek gegaan naar poten in de verschillende kringloopwinkels in de omgeving. Nou, het was allemaal net nix: te iel, te krom, te lelijk. Dan maar naar Buurkes, die heeft hout- en tegelwaren buiten en ijzerwaren en binnen van allerlei dingen, die je ooit misschien nog eens nodig hebt, in een soort winkel van Sinkel. Hij had prachtige, robuuste, eiken palen liggen, die op elke gewenste hoogte gezaagd konden worden. Terwijl mijn man met Buurkes, die een bijna opgerookte sigaret tussen de lippen had hangen, ging zagen, zag ik twee grote houten hondenhokken naast elkaar staan. Donkergroen geverfd, elk met een hartje en kerstverlichting boven de ingang en een passend vloerkleedje binnen. Buiten stond een mand met speeltjes en om de hokken lag een stukje kunstgras. Het geheel was afgescheiden met een hekwerkje en een hekje tussen de hokken, met openingen aan alle kanten.
 
Vol verbazing en in overpeinzing stond ik naar de hondenhokken te staren. De hokken zagen er zowel bewoond als onbewoond uit. De speeltjes en de tapijtjes duidden op bewoning. Echter de hokken zaten onder het mos en de groene algen. Plus dat er geen hond te zien was. Wat weer duidde op geen bewoning.
 
Mijn verbazing steeg nog meer toen ik naast de hondenhokken twee fietsen zag staan, één dames - en één herenfiets. Netjes op de standaard. Alle vier de banden waren plat en over het stuur, het zadel en de banden van de fietsen lag een groene algenwaas. Het fietstasje onder het zadel van de damesfiets was zelfs bijna helemaal vergaan. In diepe overpeinzing stond ik naar het geheel te kijken en vroeg mezelf een aantal, niet helemaal ter zake doende, dingen af, zoals: zouden ze kinderen hebben, waar zouden de honden zijn gebleven, doen de kerslichtjes het nog wel, gaan ze wel eens fietsen en goh, dat iemand die zo een sigaret oprookt zijn lippen niet brandt.
 
Toen ik uit mijn overpeinzing terug kwam op aarde was de drie meter lange eiken stam verdeeld in vier even grote stukken.
 
Mijn man had, helaas, ook geen antwoord op mijn vragen.