Ik mocht het niet van jou


Boodschappen doen is niet helemaal ‘mijn ding’. Ik doe het dan ook het liefst maar één keer per week. Ik ken mensen die zich verheugen om boodschappen te gaan doen, bijvoorbeeld bij de AH en zich daar dan ook speciaal voor optutten. Mij niet gezien, ik scheur met mijn karretje door de gangen en pak dat wat ik de komende week denk nodig te hebben. Plus natuurlijk de wekelijks terugkomende zaken. Het komt weleens, regelmatig, voor dat ik toch wat vergeten ben, of dat ik juist erg zin heb in iets wat ik niet heb gekocht. Dat betekent dan een tussentijdse gang naar de supermarkt.


Zo ook de afgelopen keer, ik miste echt wat, ik kon er niet onderuit, ik moest! Zo tegen vijven stapte ik de deur uit en op dat moment kwam mijn man aanrijden. Hij wou wel mee. Mijn man vindt het leuker dan ik om boodschappen te doen en met z’n tweeën is het, vaak, gezelliger dan alleen. 
Bij de Plus aangekomen ging ik een karretje halen en mijn man ging een gesprekje aan met een jochie van een jaar of acht dat bij de deur stond te dribbelen. Het jongetje wachtte op mensen die hem hun voetbalplaatjes wilden geven, de huidige actie van de Plus. Hij vertelde mijn man dat hij er al veel had, maar ook heel veel dubbele. Mijn man zei tegen het jongetje dat ze dan straks wel konden ruilen. Het jochie begon onmiddellijk te stralen bij het idee.

De winkel inlopend zei ik tegen mijn man dat het niet zo’n handige actie van hem was. Je moet namelijk de plaatsjes open maken om te zien welke voetballer er binnen in zit. Het open maken van de plaatjes maakt onderdeel uit van de spanning welke voetbalspeler er in zit en ik denk dat onze Thijn dat zelf veels te leuk vindt om te doen.
Bij de kassa aangekomen zag ik het jongetje al in blijde verwachting naar mijn man zwaaien en ik zei tegen mijn man: “Het is jouw probleem, jij moet het maar oplossen, hoor.” 

Mijn man liep met het karretje met boodschappen de deur uit en zei tegen het jongetje: “vandaag ruilen we niet.” En liep snel door naar de auto. Het ventje was diep teleurgesteld en keek beteuterd mijn man na. Ik vond het erg sneu voor het manneke en legde hem uit wat het probleem was, ook nog zeggend dat mijn man dat allemaal niet wist. Het jongetje knikte sip en zei “oké."

Ik liep naar mijn man en vroeg waarom hij het niet wat beter had uitgelegd aan het ventje. Hij keek mij aan met een slinks besmuikt lachje en zei: 

“ik had eigenlijk willen zeggen dat ik het niet mocht van jou!"