Muggenbeet

Augustus staat bekend als de maand waarin muggen zich tegoed doen aan mensen die ze lekker vinden ruiken en dan vooral in de avond- en nachtelijke uren. Het zijn de vrouwtjesmuggen die het meest lastig zijn. Uiteraard, zo zou ik zeggen. Het is echter ook zo dat ik blijkbaar lekkerder ruik dan mijn man, ook weer uiteraard, want als er muggen zijn word ik geheid gepikt. En niets helpt daartegen: geen citronella, geen armbandje en geen bio spray. En aan Deet waag ik me liever niet.
 
De combinatie van een natte maand en enkele dagen warm weer is de succesformule voor een muggenplaag. Het regenwater van ons dak dat, in een bloempot of emmer, met een beetje zon al heel snel warm wordt is voor muggen een waar paradijs. Én er is wat regenwater gevallen deze augustus en heel af en toe was het ook wel een beetje warm. Dus…. Na een warme vochtige dag ben ik in één nacht helemaal lek geprikt, overal, op mijn armen, handen en benen, maar vooral in mijn gezicht, wel 17 keer. Aan één kant! De kant die niet op het kussen lag. Op mijn voorhoofd, mijn oogleden, tussen de wenkbrauwen en op mijn kin en wang. 17 Rode jeukende bultjes, ik zag eruit als een krentenbol waarvan de krentjes naar een kant zijn gezakt. Mijn man daarentegen was bijna gevrijwaard en, belangrijker in ieder geval, er was geen bultje te zien.
 
Na die nacht heeft mijn man weer de elektrische vliegenmepper uit de mottenballen gehaald en ligt nu steevast in bed met dat ding naast zich op de grond. Voor het slapen gaan staat ie eerst met dat ding in de lucht te meppen naar muggen die er moeten zijn, maar zich nog niet laten zien. Totdat, als ik net in slaap begin te vallen, er één laag overkomt en om mijn oren zoemt: “mug op 12 uur”, roep ik en mijn man, alert als altijd, springt dan in de houding met de mepper en begint wild te zwaaien. Ik hoor meestal niks knetteren, dus de mug heeft eieren voor zijn geld gekozen.
 
Het komt zelfs voor dat mijn man in slaap valt met de mepper nog in de hand geklemd, klaar om van zich af te slaan. Vaker komt het ’s nachts voor dat ik wakker word en mijn man aantref, uit bed en gekleed in adamstenue, wild zwaaiend met de mepper naar de zoemende muggen. Meestal is er geen enkele mug te zien, maar af en toe vonkt de mepper. “Zo, die is er geweest”, zegt mijn man dan tevreden en legt zich dan blijmoedig weer te ruste.
 
‘s Ochtends blijkt dan dat ie toch niet alle muggen te pakken heeft gekregen aangezien ik er weer een verzameling rode en jeukende bultjes bij heb!