Villa 1900

Dit jaar gingen we, om oud en nieuw te vieren, een paar dagen naar Waulsort, in de buurt van Dinant België. Ik had eigenlijk al thuis een restaurant willen reserveren voor de 31e. Het was er niet van gekomen. Dat lukt wel, dacht ik optimistisch. Op de 30e bezochten wij Dinant met zijn prachtige Citadel. Redelijk bruisend en ik dacht er makkelijk een restaurant te vinden wat op oudjaarsavond open was. Dat viel tegen. Alle restaurants waar ik binnenstapte en op mijn beste Frans vroeg of ze open waren zeiden: non! Ik kwam wel te weten dat oudjaarsavond in het Frans Le Reveillon betekent, dat scheelde. Uiteindelijk maar gereserveerd bij een chinees restaurant met het idee: pas ken um wacht op beter.
 
In Waulsort, gelegen direct aan de Maas, was weinig te doen. Wel staan er nog de overblijfselen van hotels en restaurants van goede tijden en in de hoop op betere tijden. Mijn verwachting was dan ook niet dat daar een restaurant open zou zijn.
 
We hadden al een paar keer een bord met Villa 1900 gezien en we waren nieuwsgierig naar wat dat was. Na de wandeling op oudejaarsdag zei ik: “nu ga ik er even kijken.” Wat bleek: Villa 1900 is een oude villa uit 1902 en ooit bekend als Roc Meuse en daarvoor nog als Serena. Nu herbergt het een natuurvoedingswinkeltje en een restaurant, dat in de gerechten biologische streekproducten verwerkt. Ze waren open op oudjaarsavond met het thema ‘Hoop en Utopia’ zo vertelde de bazin en er was nog plek.
 
Voor ons geen moeilijke keuze, op loopafstand èn geen chinees'.
 
We werden om acht uur verwacht. Dus zo tegen achten vertrokken wij naar het restaurant. Wij waren de eerste gasten en in de eetzaal stonden drie mannen, verschillend in leeftijd, met de handen in de zakken naar ons te kijken. Onbekend maakt onbemind? De bazin werd erbij geroepen, zij sprak Nederlands, en zij wees ons een tafeltje voor twee. Daar zaten we dan in ons goeie goed met ons tweetjes en die mannen met de handen in hun zakken in een eetzaal die minimaal feestelijk was ingericht. Witte eenvoudige kleedjes op de tafels met als versiering een zelf geknutselde kerstboom op een kurkstandaardje. Eén kersttak met twee ballen hing aan het raam. De gasten druppelden een voor een binnen. Een paar van hen had iets bij zich, eentje zelfs een bos mistletoe, wat waarschijnlijk bedoeld was voor het thema. De bazin vertelde ons dat de bedoeling was om later op de avond aan elkaar het meegebrachte toe te lichten. De laatste gasten kwamen zo tegen half negen binnen. Toen konden we eindelijk los.
 
We hadden zes gangen gehad, twee amuses, twee voorgerechtjes, het hoofgerecht en een kaasplankje, toen het kwart voor twaalf was. Wij hadden echt geen zin om 2016 te beginnen in Villa 1900 en al die vreemde mensen te kussen, dus vertrokken we. De bazin was duidelijk teleurgesteld en zei dat het dessert nog moest komen en na twaalven was er nog een borrel met pianomuziek. Nee, nee, helaas, wij moesten terug naar het huisje voor onze honden!
 
Tien voor twaalf hobbelde ik op mijn pumps aan de arm van mijn man over de Belgische kasseien naar de auto. We scheurden door het dorp naar het vakantiehuisje. Om vier voor twaalf openden we de deur. Om één voor twaalf schonken we de glazen in.
 
Om twaalf uur klonken wij samen op het nieuwe jaar: veel ‘Hoop en Utopia’.