Wacht maar...!

De laatste keer ben ik op een dinsdag bij mijn schoonmoeder op bezoek geweest. Ze zat weer, zoals gewoonlijk de laatste tijd, in haar rolstoel in de huiskamer van haar afdeling in het verzorgingstehuis. Het was er min of meer spitsuur omdat ik tegen 11:30 uur aankwam en het tegen lunchtijd aanliep. De bewoners van de afdeling zaten in de buurt van, of rond, de tafel te wachten op hun soep en boterhammetje. Er waren zeven bewoners aanwezig. Eén man liggend in zijn rolstoel en zich nauwelijks nog bewust van deze aarde, een gezette vrouw nog aardig bij de tijd, een heel onrustige dame in een rolstoel en nog één die steeds alles aan het glad strijken en recht zetten was. Een mevrouw in een t-shirtje met kokerrokje, blote benen en sandalen met sleehakje en een heel doordringende blik. Een dametje met grote schrikogen en dan nog mijn schoonmoeder. Nog kleiner en nog verder weg dan de laatste keer, maar nog steeds even blijmoedig!
 
T-shirtje zei kordaat: “Ik hoef géén eten, ik hoef niets hoor!” en schoof haar bord resoluut weg. Schrikoogje bleef maar vragen naar haar vlaai, “Mevrouw”, riep ze naar de verzorgsters “waar blijft mijn vlaai, ik wil mijn vlaai”. T-shirtje stond met een ruk op en zei tegen de begeleiding: “Ik hoef niets, zei ik toch. Ik ga naar huis” en beende weg. De verzorgsters reageerden er wel op, maar lieten haar haar gang gaan. Schrikoogje had ergens het woord kiwi uit het niets opgevangen en begon te vragen waar haar kiwi bleef. De gezette vrouw haalde berustend haar schouders op en zei: “Zo gaat het iedere dag”. De begeleiding bleef kalm en vriendelijk. Mijn schoonmoeder bleef stoïcijns en mompelde af en toe iets, maar niet te verstaan.
 
T-shirtje kwam weer terug gelopen en ging weer op haar plaats zitten. Toen de soep werd opgediend zei ze weer beslist en op luide toon tegen de verzorgster: “Ik zei toch, ik hoef niets” en schoof de kom van zich af. Schrikoogje zei: “Ik wil geen kiwisoep, die is veel te warm”. Ik vroeg haar of ze niet wilde blazen, maar dat was echt een heel verkeerde vraag, dat kon echt niet blazen! Waarop de gezette vrouw zei: “Zo gaat het iedere dag”. Ik kon niet anders dan glimlachen om de situatie, het was zeer onalledaags voor mij. T-shirtje keek me zeer doordringend aan en zei met klem: “Het is helemaal niet leuk, wacht maar tot het jou overkomt”.
 
Ik gaf haar volmondig gelijk: wacht maar ….!